Aspirant-beveiliger en praktijkbegeleider over veiligheid in het donker

Samen de nacht in

Het is 22.45 uur. De eerste bedrijven op de route worden gecontroleerd op afgesloten ramen en deuren, dreigende situaties en ongewenste personen. Alles in orde. Tijdens de nachtdienst stuurt de meldkamer een alarmmelding door. Dat bekent snel en adequaat reageren.

Bij aankomst op het bedrijventerrein wordt de omgeving grondig geïnspecteerd. De omgeving is veilig. Tijd om in het pand te gaan kijken. Ook binnen wordt niets verdachts aangetroffen. Vals alarm deze keer. Het alarm wordt opnieuw ingeschakeld, het gebouw zorgvuldig afgesloten en de meldkamer geïnformeerd. Alles wordt gerapporteerd voor de volgende ploeg.

Om 06.00 uur ’s ochtends drinken aspirant-beveiliger Jeroen Klein Wolthuis en praktijkbegeleider Wim Kappert nog even een kop koffie met enkele collega’s en de werk-‘dag’ zit er op. Beide mannen, werkzaam bij Roggendorf Security in Ommen, trekken gedurende de stageweken van Jeroen intensief met elkaar op.

Onzichtbaar

Wim (30) kent het klappen van de zweep. Hij is sinds z’n 19de werkzaam in de beveiligingsbranche. Het gevangeniswezen, als hondengeleider, in de mobiele surveillance en nu als teamleider. Met de voeten op het bureau naar beelden van een beveiligingscamera kijken. Of in een auto rondrijden omdat ze niets beters te doen hebben. Wim begrijpt dat het Nederlandse publiek soms zo tegen beveiligingswerk aankijkt. ‘Mensen hebben geen weet van onze werkzaamheden. Logisch, want een groot deel van het beveiligingswerk is onzichtbaar.’ Het liefst zouden de beveiligers de mensen die zo over hun denken een nachtje meenemen tijdens een mobiele surveillance. ‘Dan ervaren ze zelf dat ons werk zoveel meer is dan rondjes rijden. Onze controles dragen bij aan veiligheid, preventie voorkomt een hoop narigheid waar niemand op zit te wachten’.

Ambassadeurs

'Maar eerlijk is eerlijk. Het feit dat een deel van het Nederlandse publiek een andere kijk heeft op de werkelijkheid ligt deels ook aan de beveiligers zelf’, aldus Wim. ‘Wij moeten ons meer als ambassadeurs van het vak gedragen. Ons werk is afwisselend, je hebt te maken met klanten, je moet integer en betrouwbaar zijn. Beveiligers zorgen voor een veilige leef- en werkomgeving. Laten we dat dan ook met z’n allen actief uitdragen!’

Jeroen (18) herkent deze drijfveer. Hij koos voor de beveiligingsbranche vanwege de enthousiaste verhalen van enkele vrienden. ‘De praktijk sluit goed aan bij wat ik van ze heb gehoord. Elke werkdag is inderdaad anders. Je moet continu alert zijn en goed weten wat je wel en niet mag doen. Verkeerd ingrijpen kan leiden tot vervelende situaties. En dat je in het weekend moet werken, dat hoort er bij. Dat weet je van tevoren, anders moet je niet aan dit werk klus beginnen.’

Op heterdaad

Wim vult aan dat je als beveiliger ook over goede communicatieve vaardigheden moet beschikken. ‘Bij een werkoverdracht aan collega’s mag van miscommunicatie geen sprake zijn. En klanten en bezoekers moet je fatsoenlijk te woord kunnen staan.’ Dat laatste heeft Jeroen in de praktijk ervaren. Bij het opvolgen van een alarmmelding bleek dat de directeur vergeten was het alarm uit te schakelen toen hij ‘s avonds nog even op de zaak moest zijn. Jeroen ‘betrapte’ hem op heterdaad. Wim: ‘Dan moet je netjes kunnen uitleggen waarom je zo handelt. Dat zorgt niet alleen voor begrip van jouw optreden, maar bevestigt ook dat beveiligers alert en adequaat op situaties inspelen. Zonder goede contactuele eigenschappen red je het als professional in de beveiligingsbranche niet. Als erkend leerbedrijf besteden we dan ook veel aandacht aan sociale vaardigheden en klantcontacten.’

Praktijkopleider en aspirant